‘Bay hopping’ in Tobago

Tobago is een klein eiland dat slechts 42 kilometer lang en 10 kilometer breed is maar een zeer complexe en starre administratie heeft. Het inklaren is hier geen sinecure. Je wordt verwacht van op voorhand een hele reisroute te hebben uitgedokterd en ondanks de kleinschaligheid is het eiland nog eens opgedeeld in 2 aparte sectoren. Dit komt er in theorie op neer dat je eerst moet inklaren in één gedeelte (Charlotteville) om dan terug uit te klaren in dat gedeelte en nadien in het andere gedeelte (Scarborough) te gaan in- en uitklaren. Super omslachtig en zeer tijdrovend! Gelukkig zorgen de vele mooie riffen, de prachtige natuur en de vriendelijke mensen ervoor dat we de beslommeringen snel zijn vergeten. Onze rasta taximan was super relaxed en nam rustig de tijd om ons wat geschiedenis en natuurkennis bij te brengen terwijl hij ons over de heuvel terug naar de andere kant van het eiland reed. Met momenten leek het alsof we eerder achteruit zouden gaan bollen dan vooruit te rijden. Gelukkig hadden we geen vliegtuig te halen. Als hij het voor het zeggen had, zou het er allemaal iets relaxer aan toe gaan!
Zoals verwacht, zijn we nog enkele dagen in het schitterende Anse Batteau in Tyrrel’s Bay blijven liggen. We hadden er alles bij de hand: een rif met prachtige visjes en een strand op zwemafstand, een restaurant met lekker eten, internetverbinding en we lagen er lekker rustig (uit de deining). Iedereen genoot van zoveel moois om zich heen. We kregen zelfs schildpadden op bezoek en konden enige tijd met hen snorkelen. Al weet ik niet of de schildpadden het even geweldig vonden als wij. Luna en Mauro waren in de zevende hemel en ik probeerde een deftige foto te maken. Na een paar minuten zijn we onze achtervolging gestopt en zwommen we naar het strand om te genieten van een zalige lunch met uitzicht op Sailaway en September Blue.
In de onmiddellijke omgeving van Anse Batteau lagen ook Goat Island en Little Tobago, 2 kleine eilanden, de één al wat groter dan het andere. Na een dinghytocht door vrij heftig klotsend water en toch wel wat stroming tegen en een verfrissende duik in het water, begonnen we aan onze verkenning van Little Tobago. Een heus zeevogelreservaat met schitterende uitzichten. Little Tobago wordt beschouwd als één van de belangrijkste zeevogelreservaten van de Caraïben. Er leven 58 soorten op het eiland maar wij waren al content met die paar verschillende zeevogels die we hebben kunnen spotten. De pelikanen hebben we tot nog toe het meest gezien. Indrukwekkend ook om te zien hoe die regelrecht in het water duiken om een vis(je) te vangen. Natuurlijk hebben we ook al vele mooie felgekleurde koraalvisjes gezien. De kids vinden het snorkelen geweldig en zouden de hele dag door kunnen blijven gaan.
We zijn nog steeds op weg samen met de September Blue, wat zowel voor de kids als de mama’s en papa’s heel fijn is. Samen snorkelen, nieuwe dorpjes verkennen, aperitieven, eten en genieten van een pintje of een lekker glaasje wijn. En onderweg van de ene baai naar de andere zagen we zelfs samen dolfijnen. Zelfs bij hevige wind en stroming of tochtjes van een (paar) uur komen ze vrolijk spelen met de boeg. Telkens opnieuw blijft het fascinerend om die geweldige dieren te zien. De manier waarop ze sierlijk door het water glijden of uit de golven opspringen blijft indrukwekkend. Ook Luna en Mauro worden telkens opnieuw weer geboeid door hun schoonheid.
Ondertussen lagen we al in verschillende mooie baaien maar Castara Bay is er één die we niet snel zullen vergeten. Het was een korte trip van de vorige baai en tegen een uur of twee lagen we vast met ons anker. Lunchtime. We hadden honger en maakten snel noedels aan boord om vervolgens met de dinghy aan land te kunnen. Van ver konden we reeds zien dat er stevige golven waren aan het strand en dat er dus een serieuze branding was waar we door zouden moeten. De September Blue ging ons voor en kwam zonder kleerscheuren aan dus zou dat bij ons ook wel lukken. Het werd spannend maar met de hulp van Elmar en een paar lokale mannen geraakten we op het strand. Castara was een klein dorp met een paar mini markets, restaurantjes en een bankautomaat. Alleen bleek dit weer een ATM te zijn die enkel lokale bankkaarten aanvaardde. We liepen rond in het dorpje en werden door een lokale bewoner ook begeleid tot een kleine waterval met zwempoel waar we allemaal een verfrissende duik namen. Wie weet kunnen we water besparen aan boord en hoeven we ’s avonds geen douche meer te nemen 😉 Op de terugweg naar de dinghy gaan we nog iets drinken en worden we getrakteerd op een steelpan demonstratie. Boeiend om te zien welke mooie klanken er tevoorschijn getoverd kunnen worden uit een grote metalen kom. Het zijn ook deze instrumenten die veelvuldig bespeeld worden tijdens het alom bekende carnaval in Trinidad en Tobago.
Het wordt snel donker en het wordt tijd om terug te keren naar de boot. Eens we aan het strand komen, blijken de golven nog steeds even groot (zo’n 1.5 m) en heftig brekend. Gelukkig krijgen we een beetje licht van de maan. Beide kapiteinen (Joris en Elmar) zijn het erover eens; we moeten gewoon het juiste moment afwachten om met de dinghy door die branding te geraken en dan komt het wel in orde. Joris vertrekt en laat de kinderen ook in de dinghy springen maar ik geraak er niet op tijd in. Ik hang op de zijkant van de dinghy en zie een grote golf dwars op ons afkomen. Ik besef dat het te laat is en dat we zullen omslaan. Voor ik het goed en wel besef, ben ik terug boven en ligt het bootje omgekeerd op het water. ‘De kinderen’ denk ik. Gelukkig hebben de kinderen allebei een feloranje zwemvest aan. Joris is het bootje al aan het rechthouden en de kinderen komen er onder uit. Onze spullen zaten veilig opgeborgen in een dry bag en onze schoenen hadden we aan de boot vastgemaakt. De eitjes die we hadden gekocht, spoelen aan op het strand. 4 van de 6 hebben de tuimeling overleefd 😉
Ik zwem door de branding en Joris brengt ook de kinderen tot bij mij. Mauro ziet één van de lokale vissersboten in het donker recht op ons afvaren en geraakt in paniek. Hij begint hard te wenen. Gelukkig hebben ze ons gezien. Ze bieden ons een lift aan tot aan onze boot. De behulpzame visser heft zowel de kinderen als mij uit het water en vaart naar onze boot. Wanneer we in de buurt zijn, stel ik voor overboord te springen en tot aan de boot te zwemmen gezien de deining maar dat ziet hij absoluut niet zitten. ‘No madam, I will bring you to your boat’ was zijn antwoord. Eens aan boord wachten we vol ongeduld op Joris die al roeiend op komst is. De sleutel van het motortje is tijdens het omslaan van de motor gevallen en met de golven weggespoeld. Gelukkig zijn we allemaal veilig aan boord geraakt. We nemen een warme douche om te bekomen en het zand van ons af te spoelen. Die verfrissende duik van de waterval heeft niet veel geholpen. Bij de September Blue is Elmar ook alleen door de branding gegaan en werden Diana en Lupita eveneens door vissers aan hun boot afgezet. De volgende dag vond Joris nog een reservesleutel en blijkt het motortje van de dinghy niet meer te werken door het zeewater en zand. Dus meteen tijd voor een onderhoud en dat blijkt een positief effect te hebben. We kunnen terug op verkenning. De dorpjes die we onderweg zien, lijken wel wat op elkaar. Het merendeel van de huizen lijken weinig verzorgd en de dorpen ogen over het algemeen nogal armtierig. We vragen ons af waar de lokale bevolking van leeft en hoe ze hun kost verdienen want groenten, fruit, eieren, vlees, … zijn hier behoorlijk prijzig. Vandaag zagen we tijdens ons kort vaartochtje geen dolfijnen maar voeren we wel voorbij een groot rif, Buccoo Reef. Eerst nog een nachtje rollen en dan kunnen we op verkenning. Het stadje voor onze ankerplaats had alvast een bankautomaat die wel buitenlandse kaarten aanvaardde dus hadden we geluk. De kinderen genieten van een avondzwem in de zee terwijl wij op een terras nippen van een drankje bij de zonsondergang. Wat kan het leven toch simpel zijn!

2 thoughts on “‘Bay hopping’ in Tobago

  1. Dominique en Joris, Luna en Mauro
    Heel leuk om jullie verhalen te lezen. Elke dag zijn er nieuwe belevenissen. Soms heel avontuurlijk.
    Geniet verder van jullie fantastische reis.

    Elkaar tegenkomen zullen we niet, want ik vertrek morgen naar Oeganda en Rwanda.
    Tot nadien. Intussen lieve groet en dikke zoen.
    Jenny

  2. Een dikke pluim aan de verslaggeefster, zeer leuk om jullie verhaal te volgen.
    Erik

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Website